Preventie‎ > ‎

Brandveiligheid tijdens de feestdagen en festiviteiten (TIPS VOOR BEDRIJVEN EN INSTELLINGEN)

 Algemeen
  • Veiligheid begint bij het bewust stilstaan en nadenken over de mogelijke risico's van activiteiten die u wilt ondernemen. U heeft de zorg voor uw personeel en bezoekers, daaronder valt nadrukkelijk ook hun veiligheid.
  • Heeft u, voor het gebruik van uw gebouw, een gebruiksvergunning, dan zijn de daarin gestelde voorschriften maatgevend voor u. Eventueel aangevuld met onderstaande tekst.
  • Heeft u voor het gebruik van uw bedrijf /instelling geen gebruiksvergunning, dan volgen hieronder een aantal voorschriften, waaraan ook niet vergunningsplichtige bouwwerken moeten voldoen.
  • De hieronder opgenomen voorschriften zijn een vertaling van de voorschriften zoals deze zijn opgenomen in de bijlagen 3 en 4 van de gemeentelijke bouwverordening en uit het bouwbesluit. Om de leesbaarheid te bevorderen, zijn verwijzingen naar NEN normen e.d. weggelaten. Voor de volledigheid verwijzen wij u naar de gemeentelijke bouwverordening en het bouwbesluit.
  • De medewerkers van de brandweer of bouw- en woningtoezicht zijn u graag van dienst. Voor vragen kunt u contact opnemen met de Gemeente West Maas en Waal; 0487-599500.
Uitgangen en vluchtwegen

Belangrijke brandveiligheidsvoorzieningen in een gebouw zijn de (nood)uitgangen. Het is immers noodzakelijk dat iedereen het gebouw bij een calamiteit snel en veilig kan verlaten.
  • Zijn de ingangen, doorgangen, uitgangen, gangpaden, trappen, hellingbanen en vluchtwegen over de minimale vereiste breedte vrij van obstakels? (Dit geldt ook voor het gedeelte dat als verlengstuk van de vluchtwegen naar het aansluitende terrein loopt).
  • Zijn de deuren van de nooduitgangen van binnenuit direct te openen zonder gebruik te hoeven maken van sleutels of andere losse voorwerpen?
  • Zijn de nooduitgangen binnen een straal van 2 meter vrij van tafels, stoelen of andere obstakels? Dit geldt ook voor de buitenzijde van de inrichting.
  • Zijn de gordijnen in of voor een ingang, doorgang en (nood)uitgang zodanig aangebracht, dat deze met de deur meedraaien en het zicht op de deuren niet verhinderen?
Nood- en transparantverlichting

Een duidelijk zichtbare vluchtweg is van levensbelang voor de ontvluchting van een gebouw tijdens een calamiteit.
  • Indien in een gebouw nood- en transparantverlichting verplicht is, dient deze altijd goed te werken.
  • De transparantverlichting (vluchtwegaanduiding) moet altijd branden als er personen in de inrichting aanwezig zijn.
  • De nood- en transparantverlichting mag niet aan het zicht worden onttrokken (bijvoorbeeld door versieringen of gordijnen).
Interne organisatie

Onwetendheid is de grootste vijand tijdens een calamiteit in uw bedrijf / instelling, dus laat u niet verrassen en bereidt uzelf en uw personeel voor op hoe te handelen tijdens een calamiteit.

Maak, indien bij uw bedrijf/ instelling aanwezig, gebruik van het ontruimingsplan en zorg ervoor dat alle verantwoordelijken weten hoe te handelen bij een calamiteit. Dit is maatgevend.
  • Als u niet over een ontruimingsplan of ontruimingsinstructie beschikt kunt u daarvoor de algemene ontruimingsinstructie "Hoe te handelen bij brand" gebruiken.
  • Zorg er voor dat uw personeel geïnstrueerd is hoe te handelen bij brand of andere calamiteiten.
  • Zorg ervoor dat de veiligheidsinstructies op duidelijk zichtbare plaatsen in uw bedrijf /instelling zijn opgehangen.
  • Zorg er voor dat uw personeel weet waar de brandblusmiddelen zich bevinden en hoe deze te gebruiken.
  • Zorg ervoor dat uw personeel het ontruimingsplan/vluchtplan kent en dat ermee geoefend is.
Blusmiddelen
  • Met de aanwezige blusmiddelen bent u in staat om in geval van brand een bluspoging te ondernemen. Zorg er daarom voor dat brandslanghaspel en draagbare blustoestellen altijd bereikbaar zijn. Hang daarom niets voor blusmiddelen.
  • Om er zeker van te zijn dat de blusmiddelen voor direct gebruik beschikbaar zijn, laat u de blusmiddelen 1 x per jaar door een erkend bedrijf controleren op een goede werking. U kunt de laatste keuringsdatum terugvinden op het keuringsbewijs op het blusmiddel.
Gaat u versiering ophangen?
  • Plafondversiering kan bij een brand in sterke mate bijdragen aan de uitbreiding van een brand. Daarom mag plafondversiering alleen worden toegepast als deze onbrandbaar, of zeer moeilijk brandbaar is (ten minste klasse 2).
  • Versieringsmateriaal moet moeilijk brandbaar zijn uitgevoerd. Dergelijk versieringsmateriaal is verkrijgbaar bij de reguliere handel. Vraag hier dus expliciet om en bewaar de verpakking van versieringsmaterialen om dit aan te kunnen tonen.
  • Versiering mag uitsluitend opgehangen worden met behulp van ijzerdraad.
  • Het versieringsmateriaal aan de plafonds dient zo te zijn aangebracht dat het buiten bereik van het publiek hangt. Door de onderzijde van de versiering op minimaal 2,5 meter boven de vloer te hangen wordt dit bereikt.
  • Zorg ervoor dat versieringen niet in aanraking kunnen komen met verlichting en andere warm wordende apparaten.
  • Als u de buitenzijde van uw gebouw met versiering wilt verfraaien zijn bovenstaande tips ook van belang. Houd rekening met de ondergrond, brandbaarheid, wijze en hoogte van ophangen en hoeveelheid versieringsmateriaal.
Speciaal voor de kerstdagen

Komt er een kerstboom?
  • Een veilige kerstboom is een kunstboom die van een moeilijk brandbare kunststof is gemaakt.(let op certificaat of aanwijzingen op de verpakking)
  • Een echte kerstboom is zeer brandgevaarlijk. Impregneren kan de brandveiligheid verhogen. Momenteel is ons slechts één impregneermiddel bekend waarvan na toetsing door TNO de effectiviteit afdoende is aangetoond en dan nog alleen op een kerstboom van het type Blauwspar of Nordmann. Dit middel wordt verkocht onder de merknaam X-mas safe. (gebruik van dit middel dient middels een certificaat aangetoond te worden.)
  • Kiest u voor een "echte" boom, kies dan voor een boom met kluit en plaats deze in een stevige kuip. Houd de aarde waarin de boom geplant is goed vochtig, zodat de boom minder snel uitdroogt.
  • Kerstbomen zijn niet toegestaan in vluchtgangen, vluchtwegen, vluchtroutes en trappenhuizen. In de overige ruimten worden ze slechts onder bepaalde voorwaarden (zoals hieronder zijn aangegeven) toegestaan.
  • Clusters van meerdere kerstbomen vormen een onacceptabel veiligheidsrisico en zijn dan ook niet toegestaan. Wilt u toch meer dan 1 boom plaatsen, plaats de bomen dan op een afstand minimaal 1,5 x de boomhoogte van de volgende boom.
  • Zorg dat de boom niet gemakkelijk kan omvallen (hierdoor kunnen ongewild vluchtwegen worden versperd). Wilt u er zeker van zijn dat de boom niet om kan vallen, draai dan een schroefoog in het plafond boven de boom en maak de boom d.m.v. ijzerdraad hieraan vast.
  • Zet de boom niet te dicht bij de gordijnen of andere gemakkelijk brandbare materialen.
  • Gebruik geen echte kaarsjes in de boom. Een moment van onoplettendheid kan uw boom in een fakkel doen veranderen.
  • Gebruik alleen elektrische verlichting met KEMA-keur.
  • Controleer de bedrading van de elektrische kerstboomverlichting op beschadigingen.
  • Probeer de installatie eerst uit door de lampjes voor het ophangen korte tijd te laten branden.
  • Gebruik een gaaf en goed passend verlengsnoer, en leg dat zodanig neer dat niemand er over kan struikelen. Rol kabelhaspels altijd helemaal af. 
  • Doe de verlichting uit als het pand gesloten wordt. Haal de stekker uit het stopcontact, als u alleen een lampje los draait blijft risico op brand bestaan.
  • Dennengroen mag niet of slechts in beperkte mate worden gebruikt. Dit materiaal is zeer brandgevaarlijk, zeker als het droog is. Daarom mogen kersttakken slechts in kleine clusters (0,5 m2) opgehangen worden (nooit aan het plafond), deze clusters dienen een onderlinge afstand te hebben van 1,5 mtr.
Herkennen van brandveilige artikelen

Vooraf geïmpregneerde materialen, van oorsprong veilige materialen
Certificaat van de leverancier
    Veel leveranciers bieden brandveilige, brandvertragende of moeilijk ontvlambare versieringsmaterialen aan. Deze bestaan soms uit materialen die uit zichzelf al veilige eigenschappen hebben, maar het komt ook voor dat de leverancier de materialen heeft geïmpregneerd.

    In het verleden is gebleken dat het voor de consument niet eenvoudig is om brandveilige materialen te onderscheiden. U dient bij uw leverancier nadrukkelijk te vragen naar de artikelen met een brandvertragende kwaliteit. Daarbij moet u opletten of op de verpakking is aangegeven dat het hier een brandvertragende kwaliteit betreft. Het is verstandig om de verpakking te bewaren om aan te kunnen tonen dat het materiaal een brandvertragende kwaliteit bezit.

    Ook zijn van sommige producten certificaten beschikbaar, die namens de fabrikant aan de afnemers worden uitgereikt. Als dat mogelijk is, vraag dan om een certificaat van het product dat u koopt en bewaar het in uw bedrijf. Een toezichthouder kan verlangen dat u een certificaat laat zien.

    Als de materialen eenmaal in gebruik zijn, is echter nauwelijks meer te achterhalen aan welke eis het materiaal precies voldoet. Het kan dus zijn dat een toezichthouder namens de gemeente uw versieringen alsnog wil beproeven. Hij zal daarbij een vaste testmethode toepassen, die is beschreven onder de kop "eenvoudige brandproef".

    Na aankoop geïmpregneerde materialen
    Impregneren, certificaat van toepassing
      Het impregneren van materialen is een specialistische bezigheid. U moet dit dan ook laten verzorgen door een gespecialiseerd bedrijf. Indien u materialen laat impregneren dient u een schriftelijk bewijs te vragen, waarmee door het bedrijf wordt aangetoond dat het materiaal door de behandeling aan de gestelde eisen voldoet.
      Let u er in ieder geval op dat het bedrijf dat de materialen impregneert gecertificeerd is volgens een norm uit de ISO 9000-reeks, die van toepassing is op de activiteiten waarvoor u opdracht heeft gegeven.

      Eenvoudige brandproef

      Als u twijfelt of het materiaal brandvertragend is, kunt u dit met een eenvoudige proef zelf testen. Daarbij gaat u als volgt te werk:
      • U neemt een monster (5 x 25 cm) van het materiaal
      • U gaat naar buiten en houdt een uiteinde van het monster gedurende minimaal 5 seconden in een vlam zoals bijvoorbeeld van een aansteker of lucifer (houd het monster vast met een metalen tang o.i.d., let op dat u zich niet brandt);
      • Wanneer het proefstuk heeft vlam gevat of nadat 5 seconden zijn verstreken neemt u de ontstekingsbron weg.
        Het materiaal voldoet als aan alle van de volgende voorwaarden is voldaan:

          a. Tijdens de verhitting zijn geen druppels vrijgekomen (al of niet brandend of druipend);
          b. Tijdens de verhitting zijn geen roetvlokken vrijgekomen;
          c. Het materiaal heeft geen vlam gevat of de vlammen zijn gedoofd ONMIDDELLIJK nadat de aansteker of lucifer is weggenomen.

        Open vuur
         
        • Het gebruik van open haarden is toegestaan, indien deze voldoen aan de volgende voorwaarden:
          - de open haard moet zijn voorzien van een voorziening welke waarborgt dat binnen een afstand van 60 cm van de vuurkorf zich geen personen kunnen bevinden of
          goederen kunnen worden geplaatst;
          - de open haard moet zijn voorzien van een doelmatig vonkenscherm.
        • Verplaatsbare kooktoestellen zoals b.v. gourmetstellen, fonduestellen en steengrillen mogen niet worden verwarmd door brandbare vloeistoffen zoals spiritus of brandbare gassen. Het gebruik van alternatieve brandstoffen zoals b.v. pasta's of gelachtige materialen is toegestaan.
        • Maak binnen geen gebruik van "binnenvuurwerk", dus geen spuiters, sterretjes en dergelijke.
        • Vermijd zoveel mogelijk het flamberen van gerechten. Indien u dit toch doet zorg er dan voor dat er tenminste 2 meter afstand is tussen de vlam en omringende brandbare materialen. Zorg er tevens voor dat er iemand in de directe nabijheid is met een brandblusser.
        • Het gebruik van kaarsen is toegestaan indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
          - Zet de kaarsen in een stevige houder op een vlakke ondergrond.
          - De vorm van de houder moet zodanig zijn, dat de kans op omstoten of omvallen tot het uiterst is beperkt.
          - Gebruik geen kaarsenhouders die zijn gemaakt van plastic of andere gemakkelijk brandbare materialen.
          - Plaats kaarsen tenminste 50 cm uit de buurt van brandbare materialen.
          - Steek kaarsen in brandbare kerststukjes niet aan.
        Plaats van extra voorraad
        • Zoek vooraf goede ruimten voor extra voorraden. Plaats niets in gangen, looppaden, doorgangen, trappenhuizen of voor (nood)uitgangen.
        • Plaats voorraden niet voor blusmiddelen, meterkasten, brandmeld- of andere schakel- en bedieningspanelen.
        Waarheen met emballage, afval, e.d.
        • Bewaar emballage en afval zoveel mogelijk binnen het gebouw, in daarvoor geschikte ruimten; dit voorkomt dat vandalen dit aan kunnen steken.
        • Bewaar containers niet in vluchtroutes of voor (nood)uitgangen.
        • Moet emballage en afval toch buiten worden opgeslagen, stop het dan in afsluitbare containers. Zet deze niet op een brandkraan en niet bij een opening in de gevel.
        • Laat afval regelmatig afvoeren.
        • Zorg ervoor dat de ruimten waar emballage en afval wordt bewaard zoveel mogelijk zijn opgeruimd.

        De brandweer wenst u gezellige en vooral veilige feestdagen toe
         
        Comments